Duurzaamheid in de gevelbouw wordt steeds concreter. Waar termen als circulair, biobased en gerecycled een paar jaar geleden nog voldoende leken om een materiaal als duurzaam te positioneren, wordt tegenwoordig steeds vaker gevraagd naar de onderbouwing erachter. Waar komen grondstoffen vandaan? Wat is de milieubelasting gedurende de levensduur? Kan het materiaal opnieuw worden toegepast? En misschien nog belangrijker: hoe presteert het materiaal als onderdeel van de complete gevel? Die ontwikkeling juichen we bij FLOW toe. Want een duurzaam gevelmateriaal is een goed begin, maar maakt op zichzelf nog geen duurzame gevel.
Van duurzaam verhaal naar meetbare prestatie
Een recente ontwikkeling in de markt laat goed zien waar het naartoe gaat. Innodeen introduceert met DBP SIDING een gevelbekleding die bestaat uit 70 procent houtvezels en 30 procent gerecycled polypropyleen. Daarbij worden onder meer reststromen uit sloophout, pallets en huishoudelijk kunststofafval opnieuw als grondstof ingezet. Het materiaal is opgenomen als categorie 1-product in de Nationale Milieudatabase. Juist dat laatste wordt belangrijker. Een categorie 1-milieuverklaring in de Nationale Milieudatabase bestaat uit merkgebonden milieudata van een specifiek product. Die data wordt op basis van een levenscyclusanalyse opgesteld en vervolgens getoetst door een onafhankelijke, gekwalificeerde derde partij. Daarmee ontstaat een onderbouwing waarmee de milieuprestatie van een product daadwerkelijk kan worden meegenomen in berekeningen.
Sinds 1 juli 2026 wordt de milieuprestatie van bouwwerken bovendien berekend op basis van een uitgebreidere set van 19 milieu-impactcategorieën. Daarbij wordt onder meer gekeken naar klimaatverandering, verzuring, grondstoffengebruik en verschillende vormen van toxiciteit. De milieuprestatie van materialen wordt daarmee steeds uitgebreider inzichtelijk gemaakt. Dat maakt de discussie over duurzame materialen een stuk interessanter. Niet: dit materiaal is duurzaam omdat het gerecycled is, maar: wat is de aantoonbare milieuprestatie van deze oplossing binnen het gebouw?
Een duurzaam materiaal is nog geen duurzame gevel
Daar zit meteen een belangrijke nuance. Een milieuverklaring heeft betrekking op het product of systeem waarvoor deze is opgesteld. Dat betekent niet automatisch dat de complete gevelopbouw daarmee is afgedekt. Neem bijvoorbeeld een categorie 1-milieuverklaring voor gevelpanelen in de NMD. Daarin kan de gevelafwerking zijn meegenomen, terwijl onderdelen zoals de isolatie, achterconstructie, verankeringen en bevestigingsmiddelen buiten die specifieke verklaring vallen. De Nationale Milieudatabase maakt dat onderscheid ook expliciet bij productverklaringen. En precies daarom kijken wij bij FLOW verder dan alleen de zichtzijde van de gevel.
Welke achterconstructie is nodig? Hoeveel materiaal gaat daarin zitten? Welke isolatie wordt toegepast? Hoe wordt de gevel bevestigd? Is een onderdeel later afzonderlijk vervangbaar? En kunnen materialen aan het einde van hun gebruiksduur weer zonder onnodige schade uit elkaar worden gehaald? De antwoorden op die vragen bepalen mede hoe toekomstbestendig een gevel werkelijk is.
Circulariteit begint al aan de voorkant
Circulariteit wordt vaak gekoppeld aan wat er aan het einde van de levensduur met een product gebeurt. Kan het worden gerecycled of opnieuw gebruikt Belangrijk, maar eigenlijk begint circulariteit veel eerder. Al tijdens ontwerp en engineering worden keuzes gemaakt die later bepalen wat er met een gevel mogelijk is. Denk aan maatvoering, bevestigingswijze, materiaalcombinaties en de bereikbaarheid van afzonderlijke onderdelen. Wanneer een beschadigd geveldeel eenvoudig vervangen kan worden zonder een groot gevelvlak te demonteren, heeft dat invloed op onderhoud en materiaalgebruik. Hetzelfde geldt voor een gevel die aan het einde van zijn eerste gebruiksfase goed uit elkaar gehaald kan worden.
Ook materiaalverlies tijdens de bouw speelt mee. Door vroeg na te denken over maatvoering, zaagplannen en prefabricage kan afval op de bouwplaats worden beperkt. Innodeen noemt bijvoorbeeld het op maat produceren van geveldelen als manier om zaagverlies te verminderen. Duurzaam bouwen zit daarmee niet alleen in welk materiaal wordt gekozen, maar minstens zo sterk in hoe het wordt ontworpen en toegepast.
Ook de praktijk moet kloppen
Nieuwe circulaire materialen zijn interessant, maar materiaalkeuze blijft altijd een afweging tussen meerdere eisen. Een gevel moet niet alleen een gunstige milieuprestatie hebben. Ook brandveiligheid, vochtgedrag, levensduur, onderhoud, bevestiging, technische maakbaarheid, esthetiek en budget spelen mee. Dat zien we ook terug in onze eigen projecten.
Bij De Oosterlingen in Amsterdam werken we voor Blok 1 bijvoorbeeld met Forestlines Basralocus. Deze gevelafwerking bestaat voor 50 procent uit gerecyclede meerpalen. Tegelijkertijd speelde niet alleen circulariteit een rol in de keuze: het onbehandelde gerecyclede basralocus kan worden geleverd met brandreactieklasse B-s1,d0. Daarmee komen materiaalhergebruik, uitstraling én een belangrijke technische prestatie bij elkaar. Dat is voor ons de interessante kant van duurzame innovatie. Een materiaal moet niet alleen op papier een goed verhaal hebben, maar ook binnen de eisen van een daadwerkelijk bouwproject passen.
Steeds meer informatie, dus ook meer keuzes
De materiaalmarkt ontwikkelt snel. Fabrikanten investeren in biobased grondstoffen, secundaire grondstoffen, terugnamesystemen en nieuwe productietechnieken. Tegelijkertijd wordt steeds meer milieudata beschikbaar waarmee producten onderling beter beoordeeld kunnen worden. Dat biedt architecten, ontwikkelaars en aannemers meer mogelijkheden. Maar meer mogelijkheden betekenen ook meer keuzes. En juist daar wordt kennis aan de voorkant belangrijk.
De laagste milieuscore van één afzonderlijk product hoeft bijvoorbeeld niet automatisch de beste keuze voor de complete gevel te betekenen. Wanneer daarvoor een zwaardere achterconstructie nodig is, de levensduur niet aansluit op de rest van het gebouw of onderdelen nauwelijks vervangbaar zijn, verandert het totaalplaatje. De gevel moet daarom als systeem worden bekeken.
Door expertise omringd
Bij FLOW zien we onze rol dan ook breder dan het leveren en monteren van gevelbekleding. We denken graag vroeg in een project mee over materiaalkeuze, detaillering, achterconstructie, isolatie, brandveiligheid, maakbaarheid en uitvoering. Dat past ook bij de manier waarop we als kennispartner werken: keuzes niet alleen maken omdat een materiaal mooi, nieuw of duurzaam wordt genoemd, maar onderzoeken wat binnen het specifieke project daadwerkelijk de beste oplossing is. Op de eigen website omschrijft FLOW die rol als vroegtijdig adviseren om materiaalkeuzes en montagevoorstellen technisch én financieel haalbaar te maken.
Want uiteindelijk zit de duurzame impact van een gevel niet in één label of één product. Die ontstaat wanneer materiaal, constructie, detaillering, levensduur en uitvoering samen kloppen. Een duurzaam materiaal is een onderdeel. Een goed doordachte gevel is het resultaat.